Titel: Det Sjunde Inseglet
AKA Titel: The Seventh Seal
Auteur:Gerard
Genre: Drama
Subgenre[?]:
Regisseur: Ingmar Bergman
Acteurs: Max von Sydow, Gunnar Björnstrand, Bengt Ekerot, Nils Poppe e.a.
Land van Herkomst: Zweden
Jaar van uitgave:1957
Speelduur: 96 minuten
Cijfer: 7
Ik liep al enige tijd rond met het idee om een recensie te schrijven over deze film maar ik ben er nooit aan toe gekomen, om verschillende redenen. Toen Bergman overleed op 30 juli vond ik dat 't echt tijd werd om de recensie te gaan schrijven, niet zo zeer als een eerbetoon of omdat ik een liefhebber ben van Bergmans films, ik ken alleen deze film, maar omdat ik de recensie anders alleen maar verder zou uitstellen. Want van uitstel komt afstel...
Ridder Antonius Block en zijn schildknecht Jöns keren terug na een kruistocht waar ze 10 jaar geleden aan zijn begonnen en zien dat de pest om zich heen heeft geslagen waardoor de bevolking in paniek is geraakt. Antonius wordt geconfronteerd met de personificatie van de Dood, die hem komt halen. Antonius daagt de Dood uit om met hem een potje te schaken, wetend dat zijn einde nabij, om zo wat tijd te winnen in de hoop dat Antonius zijn vrouw nog even kan zien na 10 lange jaren. De Dood accepteert de uitdaging. Hoe het nu precies zit met het onderbreken van dat schaakspel weet ik niet, maar het schaakspel wordt in ieder geval niet in een keer gespeeld. En dat word duidelijk wanneer Antonius en Jöns even later weer te paard verder trekken en langs een woonwagen van een groepje troubadours gaan. Jonas, Jof, zijn vrouw Mia en hun zoontje Mikeal liggen nog te slapen wanneer Antonius en Jöns lang komen. Kort daarop wordt Jof wakker en verlaat de wagen om buiten wat te rekken en strekken, naast wat andere bezigheden. Wanneer hij even rustig gaat zitten en wat jongleert, krijgt hij een visioen waarin hij de Maagd Maria en haar kind, niet zo heel ver van hem vandaan, ziet lopen. Hij maakt zijn vrouw wakker om te vertellen wat hij zag. Mia luistert wel naar wat Jof zegt over het visioen, maar ze gelooft niet zo in die visioenen die Jof met enige regelmaat schijnt te hebben. En daar heeft ze een goede reden voor, Jof heeft haar eens wijs proberen te maken dat een duivel de wielen van hun woonwagen rood heeft geverfd met zijn staart, alleen had Jof rode verf onder zijn nagels... Wanneer iedereen wakker is vertrekken ze naar het dichtstbijzijnde dorpje om een voorstelling te geven.
Antonius en Jöns zijn aan gekomen bij een kerkje. Hier gaat Antonius even het kerkje binnen en biecht bij de priester dat hij zijn geloof in God een beetje verloren is tijdens de kruistocht, ook twijfelt hij aan het bestaan van God. Hij vertelt ook dat hij de Dood heeft uitgedaagd voor een potje schaken en wanneer hij zijn strategie verklapt, wordt 't voor Antonius duidelijk dat hij zo juist zijn strategie aan de Dood heeft verklapt, maar vindt enige blijheid in het feit dat hij nog steeds leeft. Als hij weer buiten is, treft hij daar een aantal andere gewapende soldaten aan, die een jonge vrouw moeten vervoeren die beschuldigt wordt als zijnde de oorzaak van de pest. Na een korte babbel met de soldaten, trekken Antonius en Jöns weer verder. De eerst volgende plek waar ze stoppen is een dorpje dat er behoorlijk verlaten uitziet. Jöns, die op zoek is naar water, komt een vrouw tegen die op 't punt staat verkracht te worden door Ravans, de man die hem en Antonius 10 jaar geleden op kruistocht stuurde. Jöns laat Ravans gaan maar belooft hem dat als hij hem nog eens tegenkomt hem te brandmerken en neemt de vrouw, wiens naam nooit genoemd wordt in de film mee. Dit omdat hij iemand nodig heeft die zijn huishouden voor hem doet, omdat zijn vrouw waarschijnlijk dood is.
De groep troubadours heeft inmiddels een dorpje gevonden en zijn bezig met hun voorstelling. Na de voorstelling verdwijnt Skat met een vrouw uit het publiek, Mia gaat met de woonwagen naar een plek net buiten het dorpje en Jof duikt even een herberg binnen om wat te eten en te drinken en word bijna direct lastig gevallen door Plog, de smid van 't dorp, omdat hij zijn vrouw nergens kan vinden en omdat hij heeft gehoord dat van omstanders dat zijn vrouw er vandoor is gegaan met een van de troubadours. Jof weet nergens van. Ravans, die ook in de herberg aanwezig is, beschuldigd Jof ervan dat hij liegt en dat hij zijn acteer kunsten gebruikt om zijn vriend te beschermen. Ravans maakt hem vervolgens belachelijk en dwingt Jof op de tafel te dansen als een beer. Iedereen in de herberg lacht hem uit, want het ziet er ook belachelijk uit. Wanneer Jof van de tafel valt, komt Jöns binnen en kijkt toe wat er gebeurt en spot Ravans maar doet niks. Als Jof de herberg uit rent met de armband die Ravans eerder gestolen had, probeert Ravans Jof tegen te houden, maar komt oog in oog te staan met Jöns en haalt zijn dolk over Ravans' gezicht, om zo zijn belofte na te komen die hij met eerder met Ravans gemaakt had [ook al is het geen brandmerk].
De film verkent het concept van leven, dood en geloof zonder er doekjes om te wikkelen. Het verhaal erom heen was voor mij in het begin een beetje lastig te pakken te krijgen, misschien komt het omdat ik geen ander werk van Bergman heb gezien, maar toen ik 't eenmaal te pakken had, sprak de film mij erg aan, juist door het verhaal en de manier waarop het verteld wordt. En zo heeft Bergman de karakters ook erg goed gekozen. Antonius vol met wanhoop en ongeloof, de bittere en cynische atheïst Jöns, het sterke geloof van Jof en Mia en hun kind Mikeal. De laatste 3 zijn naar alle waarschijnlijk bedoeld als de symbolische 'Heilige Familie'. En ik kan ook niet ontkennen dat er een aantal zeer artistieke beelden in voor komen, zoals in het begin de twee paarden in de branding, later de stoet met de geselbroeders en zeker één van de laatste scènes, waar de Dood compleet met zeis, een dansende groep een heuvel opleid, om maar wat te noemen. Over die scène heeft Bergman gezegd dat ze gestopt waren met filmen voor die dag, toen er plotseling grote stapelwolken van achter een heuvel vandaan kwam terwijl ze de spullen aan het opruimen waren. Omdat een aantal acteurs al vertrokken waren heeft Bergman snel een aantal mensen van de film crew, in kostuum, de heuvel opgestuurd en heeft Gunnar Fischer weer laten beginnen met filmen om die scène te filmen. Die scène staat bekend als "Dansa av Frånfälle" [Dodendans of Danse Macabre]. Met de scène waar Antonius en Jöns bij het kerkje aan komen, is ook iets bijzonders aan de hand. Het kerkje staat er niet echt. Als je goed kijkt kun je zien dat het kerkje een model is dat in het boompje en de struik op de voorgrond is gehangen. Op de DVD versies is het iets minder goed te zien, maar er is iets waaraan je het makkelijker kun herkennen. Als je de film even pauzeert [zo rond 16 en een halve minuut] en dan naar het kerkje kijkt, zie je dat het kerkje helemaal geen schaduw heeft, terwijl het kerkje wel een schaduw zou moeten hebben als je naar de richting van de schaduwen van Antonius, Jöns en de paarden kijkt. En volgens mij klopt de schaduw in de deuropening van het kerkje ook niet helemaal.
Det Sjunde Inseglet [dat voortkomt uit het bijbelboek "Openbaring van Johannes"] is ook een film van tegenpolen. De eerste tegenpolen in de film zijn Anonius, een man die zijn geloof heeft verloren, maar niet zijn wil om te geloven en Jöns is, zoals ik al zei, een bittere en cynische atheïst. Jof en Mia, het stel dat elkaar trouw is, zijn de tegenpolen van Plog, de smit en zijn overspelige vrouw, Lisa. Maar Ingmar Bergman is de tegenpool van Ravans en de geselbroeders, hoewel ik niet denk dat ik deze echt kan mee rekenen, ondanks dat Bergman de religiositeit, die zij symboliseren, verachtte.
Naast alle ellende in de film weet Bergman ook tijd vrij te maken voor de luchtigere onderwerpen zoals uitingen van liefde en lust, de voorstelling van de troubadours, kinderlijke onschuldigheid en de knusheid van familie. Bergman schijnt ook precies te weten wanneer hij de zware en serieuze dialogen en beelden moet afwisselen met de luchtige dingen die de film rijk is. In de anderhalf uur dat de film duurt kan Bergman het verhaal zo goed uitwerken dat 't nog steeds goed op elkaar aansluit en goed te volgens is, waar een ander misschien wel twee uur voor nodig zou hebben gehad. Ik denk dat het ook een heel sterk punt is aan deze film want er zitten geen opvul scènes in de film; elke scène heeft een doel. En op het zelfde moment is de film filosofisch maar toch toegankelijk. Het is een film die er om vraagt om vaker bekeken te worden.
Van alle films die Bergman gemaakt heeft is dit een van zijn favoriete films en hij kan zichzelf wel vinden in de atheïstische en cynische schildknecht Jöns, die zo goed als hij kan probeert de mensen te beschermen. Het script voor het verhaal komt voort uit een toneelstuk dat Bergman vroeg in zijn carrière al had geschreven. Het script voor het toneel stuk is een aantal keer aangepast. In het originele script was het Jöns die de hoofdrol zou hebben. Waarom Bergman het veranderd heeft is niet geheel duidelijk. Kenners denken dat de aanpassingen waarschijnlijk gemaakt zijn om het script zo dicht mogelijk bij Bergmans gevoelens te houden. De film is zonder twijfel Bergmans grootste succes en dit heeft er voor gezorgd dat de film nog niet zo heel lang geleden opnieuw digitaal geremastered is om het 50 jarig bestaan van de film te vieren en eren. Dit gebeurde overigens voor Bergmans dood. Ook zijn bepaalde scènes uit deze film geparodieerd in "Love and Death" van Woody Allen, "Bill and Ted’s Bogus Journey" en zelfs het ultra slappe "The Last Action Hero".




